Zwarte RuiterTringa erythropus

Zwarte Ruiter (Tringa erythropus)
Grootte
L 29-32cm - SW 48-52cm. Groter dan Tureluur. De Zwarte Ruiter is ongeveer zo groot als een tortelduif.
Biotoop
Het broeden (Noord-Europa) vindt plaats in vochtige, vaak beboste gebieden. Verblijft langs kust en in binnenland op slikkige moddervlakten, oevers en ondiepe sloten.
Kenmerken
Hij heeft lange rode poten en is in de zomer volledig zwart, met witte vlekjes aan de bovenkant. In de winter is de borst wit en de rug grijs. Hij waadt vaak door ondiep water, achtervolgt zijn prooi en zwemt en grondelt als een eend. Zwarte ruiters eten wormen, insectenlarven, kreeftachtigen, waterkevers, kleine kikkers en watersalamanders. In hun broedgebieden eten ze ook veel muggen.
Trek
De zwarte ruiter broedt hoog in het noorden van Europa en Azië. In mei/juni worden daar de eieren gelegd. Na het broedseizoen verzamelen de vogels zich om in grote troepen naar het zuiden te trekken. De vogels gebruiken de Waddenzee om hun reserves weer aan te vullen. Sommige vogels blijven overwinteren aan de West-Europese kust, maar de meeste vliegen naar het Middellandse Zeegebied en naar tropisch Afrika. Vanaf april keren de vogels weer terug naar hun broedgebieden.
Aantallen
VeeL minder algemeen dan Tureluur.