Broedt in diverse bostypen op verschillende hoogten, in noorden
meestal lager in meer open bos met enige ondergroei, in zuiden vaker op
berghellingen in dennen of eikenbossen.
Kenmerken
Iets kleiner dan Fitis. Gelige stuit contrasterend met dof
getinte rug, witachtige onderdelen, zonder duidelijk geel of beige op keel,
borst of buik. Hand- en staartpennen met geelgroene randen. Dit beestje
is voer voor specialisten. De Balkanbergfluiter, die vroeger als
ondersoort van de Bergfluiter werd gezien, lijkt - wat had je gedacht -
erg sterk op de Bergfluiter en is daardoor nog eerder voer voor specialisten.
Trek
Zomergast (eind april-september); overwintert in tropisch
Afrika.
Aantallen
In Nederland dwaalgast met minstens 24 gevallen tot en met
1999 (eind april-juni en augustus-oktober) en mogelijk onregelmatige broedvogel.
Vaker in Zuid-Oost België.