In heidelandschappen, bij voorkeur met kurkeiken en pijnbomen,
ook in olijfboomgaarden.
Kenmerken
Broedparasiet op kraaien (voornamelijk Ekster). Vliegt
veel heen en weer. Hipt vaak met omhooggeheven staart over de grond. Ongeveer
even groot als een gewone Koekoek, maar met bredere, stompere vleugels
en iets langere, smallere staart. Bovenzijde donker, besprenkeld met kleine
witte vlekken. Onderzijde licht. Vocale en luidruchtige vogel.
Trek
Voornamelijk standvogel rond de Middellandse Zee en het Iberische
Schiereiland.
Aantallen
Dwaalgast in Nederland met 16 gevallen tot 1998. Voornamelijk
in maart-mei en juli-oktober.