Gevarieerd loof- en gemengd bos en parkachtige gebieden.
Heeft voorkeur voor oud loofbos met talrijke eiken, haagbeuken, beuken,
essen en iepen. Aangetrokken tot fruitbomen, vooral kersen. Nestelt
meestal hoog in loofboom tegen stam of in vork op vrij onbeschutte
plaats.
Kenmerken
Compact met grote kop en enorme snavel. Snelle, golvende
vlucht; opvallende witte vleugelbaan en brede witte eindband op korte
staart. Met krachtige snavel kan hij pitten van steenvruchten open
kraken (kan tot 50kg kracht genereren), maar zaden van beuken, esdoorns
en iepen vormen samen met knoppen en insecten het hoofdvoedsel. Schuwe
vogel, teruggetrokken leefwijze hoog in bomen. Moeilijk te observeren
in de zomer, maar durft 's winters al eens op voedertafels te verschijnen
om pinda's en zonnebloempitten te eten. Groepen kunnen 's winters
ook lange tijd op bosbodem doorbrengen om gevallen zaden te eten.
Sociale vogelengte: broedt vaak koloniegewijs; in de winters altijd in
groepen. Heeft nauwelijks zang. De Appelvink kent een aantal soorten
contact-roepjes.
Trek
Gehele
jaar aanwezig. Oost-Europese vogels soms invasieachtig voorkomen in
oktober-november.