Parkachtig
en open landschap, ook in moerassen met bomen en struiken.
Kenmerken
Snelle
rechtlijnige vlucht met tamelijk langzame vleugelslagen en opgerichte
kop. Vleugels gaan niet boven het lichaam. Heeft in tegenstelling
tot Sperwer puntige vleugels. Polygaam. Lijdt een verborgen leven.
Voedt zich met insecten, en door andere vogels gemeden harige rupsen.
Broedparasiet, één ei per nest. Het jong duwt de andere
eieren uit het nest en wordt zeer lang gevoed door de pleegouders
(waadvogels). Meestal Graspieper, Heggenmus, Rietzangers, Witte Kwikstaart
en Gekraagde Roodstaart.
Trek
Nachttrekker.
De eerste Koekoeken kunnen in maart gehoord worden. De volwassen vogels
trekken eind juli alweer naar Afrika. De jonge dieren pas in de herfst.