Broedt
boven boomgrens in alpiene weiden. Zakt in winter af tot op zeeniveau
en verblijft dan op oevers, in vochtige weilanden en op ondergelopen
akkers. Mijdt zoute milieus.
Kenmerken
Hij
is meestal solitair, maar vormt ook zwermen. Hij loopt als Kwikstaart
over waterplanten en eet vooral ongewervelden. Hij maakt zijn door
begroeiing beschutte nest op een oever. Gebruikt gemeenschappelijke
vaste slaapplaatsen, meestal in rietkragen.
Trek
Vanaf
oktober tot en met april te zien.
Aantallen
Iets
schaarser dan Oeverpieper. Grootste kans om ze te zien is langs grote
rivieren en in IJsselmeerpolders.