L 31-33cm - SW 40-42cm. Een kop groter dan de Grote Bonte Specht. Zware
vogel.
Biotoop
Gemengde
en loofbossen, vooral op zandgrond en in de duinen, maar ook in halfopen
bossige streken in cultuurgebieden. Groene spechten zijn standvogels
van open loofbossen, hoogstamboomgaarden, parken en oude houtsingels.
Als broedplaats verkiest de soort meestal een zelfgehakt hol in een
oude loofboom.
Kenmerken
De
Groene Specht laat zijn lach luid en duidelijk door het bos schallen.
Het lijkt wel wat op de lach van de Zwarte Specht. Maar De Groene
Specht is er in eens, terwijl de Zwarte Specht een aanloopje neemt.
Geluid meestal in de ochtendschemering in maart-mei. Roffelt heel zelden, zwak en krachteloos. Het voedsel bestaat uit grote mieren
(vooral rode bosmieren) en wordt meestal al foeragerend op de grond
verzameld.
Trek
Gehele
jaar te zien. Uitgesproken standvogel, toch kwetsbaar voor strenge
winters.
Aantallen
De
afname van de groene specht lijkt in de eerste plaats gerelateerd
aan de problemen die bepaalde mierensoorten ondervinden bij de verzuring
van bos en hei. De afname van dit stapelvoedsel leidt logischerwijs
tot het verdwijnen van de mieren-predator. Een serieuze aanpak van
de verzuring van ons milieu is dan ook de belangrijkste structurele
oplossing voor de problemen van de groene specht. Op lokaal niveau
speelt verder de afname van nestgelegenheid een rol. Te denken valt
daarbij aan het verdwijnen van hoogstamboomgaarden in het rivierengebied.
Daarnaast zou een meer natuurlijk bosbeheer ook de groene specht ten
goede komen. Vooral het bevorderen van geleidelijke overgangen tussen
bos en open veld en het handhaven van oude loofhoutopstanden spelen
daarbij een belangrijke rol. Tot slot: Er zitten nogal wat gaten in
onze kennis omtrent het wel en wee van de groene specht. Vogelwerkgroepen
zouden onderzoek kunnen doen naar aantalsontwikkeling en biotoop-
en voedselvoorkeur van de groene spechten in hun omgeving en naar
de verspreiding van de hopen van de rode bosmier.