Groene SpechtPicus viridis

Groene Specht (Picus viridis)
foto: Rollin Verlinde
Grootte
L 31-33cm - SW 40-42cm. Een kop groter dan de Grote Bonte Specht. Zware vogel.
Biotoop
Gemengde en loofbossen, vooral op zandgrond en in de duinen, maar ook in halfopen bossige streken in cultuurgebieden. Groene spechten zijn standvogels van open loofbossen, hoogstamboomgaarden, parken en oude houtsingels. Als broedplaats verkiest de soort meestal een zelfgehakt hol in een oude loofboom.
Kenmerken
De Groene Specht laat zijn lach luid en duidelijk door het bos schallen. Het lijkt wel wat op de lach van de Zwarte Specht. Maar De Groene Specht is er in eens, terwijl de Zwarte Specht een aanloopje neemt. Geluid meestal in de ochtendschemering in maart-mei. Roffelt heel zelden, zwak en krachteloos. Het voedsel bestaat uit grote mieren (vooral rode bosmieren) en wordt meestal al foeragerend op de grond verzameld.
Trek
Gehele jaar te zien. Uitgesproken standvogel, toch kwetsbaar voor strenge winters.
Aantallen
De afname van de groene specht lijkt in de eerste plaats gerelateerd aan de problemen die bepaalde mierensoorten ondervinden bij de verzuring van bos en hei. De afname van dit stapelvoedsel leidt logischerwijs tot het verdwijnen van de mieren-predator. Een serieuze aanpak van de verzuring van ons milieu is dan ook de belangrijkste structurele oplossing voor de problemen van de groene specht. Op lokaal niveau speelt verder de afname van nestgelegenheid een rol. Te denken valt daarbij aan het verdwijnen van hoogstamboomgaarden in het rivierengebied. Daarnaast zou een meer natuurlijk bosbeheer ook de groene specht ten goede komen. Vooral het bevorderen van geleidelijke overgangen tussen bos en open veld en het handhaven van oude loofhoutopstanden spelen daarbij een belangrijke rol. Tot slot: Er zitten nogal wat gaten in onze kennis omtrent het wel en wee van de groene specht. Vogelwerkgroepen zouden onderzoek kunnen doen naar aantalsontwikkeling en biotoop- en voedselvoorkeur van de groene spechten in hun omgeving en naar de verspreiding van de hopen van de rode bosmier.