Broedt alleen in open, natte zeggenweiden en heeft
voorkeur voor kuithoge vegetatie; door veelvuldige drainage thans
zeldzaam. Nestelt in kluit zegge.
Kenmerken
Vrij schuw. Vorm en indruk als Rietzanger, maar met
smalle, duidelijke, gele middenkruinstreep, twee duidelijk geelbeige
banden ('bretels') langs zijden van mantel, en zwaarder zwart gestreepte
bovendelen; doorgaans lichtere, meer geelwitte totaalindruk; lichte
teugel, waardoor wenkbrauwstreep van voren breed lijkt. Silhouet tijdens
zang kenmerkend: staart omlaagwijzend en hals maximaal uitgestrekt
bij elke strofe. Beide kleden zijn gelijk. Adult bijna altijd met
fijn gestreepte borst en flanken, juveniel ongestreept. Zang meestal in avondschemering, meestal in zit, zelden in korte zangvlucht. Klinkt
een beetje als een slaperige Rietzanger.
Trek
Zomergast, overwintert in West-Afrika. Bij ons vooral te zien eind juli-september, zeldzaam in april-mei en oktober.
Aantallen
Belangrijkste populatie in Oost-Polen. In Nederland
en België schaarse tot vrij zeldzame doortrekker.