Broedt in natte zeggenweiden met water dat maximaal tot knieën
reikt, soms met enig riet.
Kenmerken
Verschilt van Klein Waterhoen door korte handpenprojectie
(handpentoppen reiken slechts iets voorbij tertials), vrij korte staart,
geen rood aan de snavelbasis, dunne tekening van enkele witte ringen en
krullen op roodbruine bovenzijde, en duidelijkere en uitgebreidere donkere
en witte bandering op achterlichaam. Geslachten zijn gelijk, hoewel het
vrouwtje soms een ietwat lichtere keel heeft. Juveniel met vaalbruine onderzijde.
Zang een zacht, droog geratel met wisselende geluidssterkte, 2-3sec lang,
sterk herinnerend aan de roep van groene kikker, rugstreeppad of, in mindere
mate, aan mannetje Zomertaling. Tot 250 meter ver hoorbaar.
Trek
Zomergast. Zeldzaam in Zuid-Europa, talrijker in Oost-Europa.
Aantallen
In Nederland aanzienlijk vaker vastgesteld dan Klein Waterhoen,
maar toch niet meer dan 14 broedgevallen. Vooral tijdens april-september.