NotenkrakerNucifraga caryocatactes

Notenkraker (Nucifraga caryocatactes)
foto: Peter Weiland
Grootte
lengte: 32-35cm - spanwijdte: 49-53cm. Als Gaai.
Biotoop
Broedt vrijwel uitsluitend in gebieden met sparren om in te nestelen en veel hazelaars en arven om wintervoorraden aan te leggen. Nestelt in dichte spar (soms in den), meestal tegen stam aan.
Kenmerken
Hazelnoten en zaden worden in late zomer en najaar in bodem verstopt en in winter met verbazingwekkende precisie teruggevonden, ook onder dik sneeuwdek. In zomer alleseter. Waakzaam en schuw. Broedt vroeg in het jaar. Opvallende witte anaalstreek in vlucht. Brede afgeronde vleugels. Vlucht direct, vaak hoog, met flappende, enigszins aarzelende vleugelslagen die aan Gaai doen denken. Alle kleden zijn gelijk. NogaL zwijgzame vogel, behalve in late voorjaar en vroege zomer.
Trek
Overwegend standvogel. Wanneer in sommige jaren Siberische arven weinig zaad dragen, trekken grote groepen van de ondersoort macrorhynchos (dunnere snavel) in nazomer en vroege najaar van Noord-Oost Rusland en Siberië naar Midden-Europa, waar ze door geringe schuwheid opvallen (in Nederland grote invasies in 1968 (augustus), 1977 (oktober) en 1985 (oktober), met enkele broedgevallen in daaropvolgend voorjaar).
Aantallen
Broedt in hoge gebieden van Oost-België (ca. 150 paren).