PurperreigerArdea purpurea

Purperreiger (Ardea purpurea)
foto: Jos Permentier
Grootte
L 78-90cm - SW 175-195cm.
Biotoop
Uitgestrekte rietmoerassen met bomen nabij poldergebieden. Deze moerasbewoner broedt koloniegewijs in drassig, overjarig rietland en in door oud riet omgeven struweel.
Kenmerken
VooraL in vlucht te verwarren met blauwe reiger. Duidelijk uitgespreide achtertenen, die een aanpassing zijn aan het leven in het riet. Het voedsel bestaat uit vis en waterinsecten, die in ondiep open water gevangen worden. Zelden open in het veld staand. Broedt in kolonies.
Trek
Vanaf maart tot september-oktober (november). Ze overwinteren in West-Afrika bezuiden de Sahara.
Aantallen
Sterke afname en de geringe verspreiding van de kleine broedpopulatie. Bovendien zijn de vogels gebonden aan kwetsbaar biotoop en broedt meer dan een kwart van de Noordwesteuropese populatie in Nederland. Bijna allemaal broeden ze in natuurreservaten. Toch is dat geen garantie voor hun voortbestaan. Veel purperreigers zoeken hun voedsel namelijk in sloten en vaarten in het omringende agrarisch gebied. Het is van belang om te weten, waar dit precies gebeurt. Deze sloten zouden natuur-vriendelijk beheerd moeten worden. Eventueel kan bij de sloot-beheerders worden aangedrongen op verbetering van de voedselsituatie middels peilverhoging, natuurvriendelijk slootonderhoud en eventueel het uitzetten van vis. Op de broedplaatsen dient het belang van de purperreiger bij het rietbeheer voorop te staan. Dat betekent, dat maaien van oud riet slechts in beperkte mate mag gebeuren. Rust op de broedplaatsen is, vooral tijdens de vestiging, een vereiste. Naast deze binnenlandse zaken spelen de omstandigheden in de winterkwartieren ook een rol bij de afname van de purperreiger. Jaren met weinig neerslag in West-Afrika worden steevast gevolgd door teleurstellende aantallen in het erop volgende broedseizoen.