GierzwaluwApus apus

Gierzwaluw (Apus apus)
Grootte
L 16-17cm - SW 42-48cm. Korter lijf, maar langere vleugels dan Boerenzwaluw.
Biotoop
Bij slecht weer vaak in grote groepen samen met andere zwaluwen boven meren en andere natte gebieden. Broedt talrijk in steden en dorpen onder dakpannen en in nissen van gebouwen en soms ook in boomholten en nestkasten.
Kenmerken
De Gierzwaluw brengt bijna zijn hele leven al vliegend door. Ze vangen ze insecten, drinken en slapen zelfs in de lucht. De evolutietheorie valt aan de Gierzwaluw af te lezen. Hij gebruikt zijn pootjes zo zelden dat ze verworden zijn tot hulpeloze klauwtjes. Hij kan er zich mee vastgrijpen aan muren e. d. maar hij ervaart de grootste moeite om weer op te stijgen indien hij op de grond terecht komt. Kom je ooit zo'n gelande Gierzwaluw tegen, gooi hem dan gewoon de lucht in en hij is zo weer vertrokken. Gedurende vaak langdurige jachtvluchten wordt voedsel in de krop verzameld. Is volledig afhankelijk van voor vliegende insecten gunstige weersomstandigheden en legt ook in broedtijd lange afstanden af om ongunstig weer te ontwijken. De jongen hebben een speciale aanpassing om slecht weer te overleven (in zekere mate ook de adulten). Na enige dagen met voedselgebrek raken ze in energiebesparende staat van verdoving waarmee ze tot 15 dagen honger kunnen overleven. In die periode groeien de jongen wel niet. Groepen vliegen vaak in formatievluchten met razende snelheid rondom broedplaatsen.
Trek
Vanaf eind april-begin mei tot augustus.
Aantallen
Niet bedreigd.