TafeleendAythya ferina

Tafeleend (Aythya ferina)
foto: Gerard Mornie
Grootte
lengte: 42 - 49 cm
spanwijdte: 72 - 82 cm
Biotoop
Tafeleenden broeden aan vegetatierijke meren met open water en aan ondiepe moerassen met rijke oever- en onderwatervegetatie in vele delen van Europa.
Voedsel
Hij eet vooral zaden, bladeren, wortelstokken, schaaldiertjes, mollusken, wormen en insecten. Dit wordt hoofdzakelijk door duiken (1 à 2 m diep) verzameld. Voor ze duiken maken ze een sprongetje.
Voortplanting
Tijdens de balts werpt de woerd soms zijn kop achterover en laat dan een zacht, hijgend gefluit horen. De tafeleend kiest zijn broedplaats zeer zorgvuldig: hij zoekt een open stuk water zonder drijfplanten, maar rijk aan voedsel biedende ondergedoken planten. Het nest bestaat uit een met riet en bladeren beklede kom in de grond of een platform van planten, opgebouwd op een drassige ondergrond. In beide gevallen is het nest met dons gevoerd. De eieren zijn groenachtig grijs en een legsel bestaat meestal uit 6 à 12 eieren. Het wijfje broedt gedurende 3 weken. De jongen zijn zwartig bruin van boven en groenig geel van onderen. Ze verlaten het nest direct en kunnen na ca. 8 weken vliegen.
Gedrag
De tafeleend vliegt moeizaam uit het water op en neemt daarbij een lange aanloop. Eenmaal in de lucht is hij snel. Tafeleenden vormen tijdens de trek vaak grote zwermen, vaak in het gezelschap Kuifeenden. De tafeleend is een tamelijk zwijgzame soort; het meest hoor je nog het scherpe 'keer' van het wijfje.
Kenmerken
Bij de woerd zijn de steenrode kop, de zwarte borst en de grijze rug kenmerkend. De eend is vaalbruin, met een lichte koptekening en lichte strepen op rug en flanken. Deze duikeend is in vlucht te onderscheiden van de overige duikeenden door de grijze - niet witte - vleugelstreep.
Trek
Tafeleenden zie je bij ons het gehele jaar, maar de meeste tijdens de winterperiode vanaf september tot en met maart.
Aantallen
De tafeleend is deze eeuw in Noordwest-Europa sterk in aantal toegenomen en recent overwinteren bij ons ca. 350.000 exemplaren. De Nederlandse populatie bestaat uit ruim 2000 broedparen, de Belgische uit zo'n 100.