Broedt waarschijnlijk alleen regelmatig in Rusland;
in sommige jaren in Finland en Zweden.
Kenmerken
Heeft voorkeur voor lariksappels; eet in winter vaak
lijsterbessen. Verenkleed als dat van andere kruisbekken, maar adult
mannetje vaak feller, frambozenrood (in plaats van steenrood); schouderveren
en bovenstaartdekveren met donkerdere centra. Iets kleiner dan Kruisbek
(met enige overlap) en snavel niet zo zwaar. Behalve aan geluid best
te herkennen aan twee brede witte vleugelstrepen (onderste breedst,
als gecoupeerde halve maan) en scherp afgetekende brede witte zomen
aan tertials.
Trek
Standvogel, met onregelmatige influx in West-Europa.
Aantallen
In Nederland Dwaalgast, maar invasies komen voor (in
september 1889, augustus-november 19990 en vooral winterhalfjaar 1997-98,
vanaf augustus, met meer dan 180 exemplaren).