Broedt langs ondiepe, snelstromende beken en rivieren
in beboste heuvels en bergen, vaak nabij stroomversnellingen.
Kenmerken
Compacte lichaamsbouw, korte staart. Wipt in zit vaak
op en neer. Kenmerkende snorrende vleugelslagen. Duikt, zwemt (met
behulp van vleugels) onder water en loopt over bodem, op zoek naar
klein gedierte. Zit vaak op stenen of aan rand van ijs en duikt vanaf
zitplaats het water in. Zwemt aan oppervlakte met lichaam zeer laag
in water. Koepelvormig, overdekt nest van mos en gras, met zij-ingang,
in overvegetatie of tussen stenen, onder bruggen of soms in nestkasten,
soms zelfs achter waterval.
Trek
Grotendeels standvogel. In Nederland vrij zeldzame
wintergast uit Scandinavië.
Aantallen
In Zuid-Limburg onregelmatige en in Oost-België
algemene broedvogel.