Open
gebieden met weelderige, gevarieerde kruidenvegetatie en verspreide
struiken. Heide met brem, venen en duinen.
Kenmerken
Mannetje
in zomer makkelijk te herkennen aan rood voorhoofd en rode borst.
In de winter gelijken beide geslachten op elkaar. In de zomer komt
echter de rode kleur van het mannetje te voorschijn door de beige
veerranden die afslijten. Kneuen zijn sociaal, zelfs in de zomer,
ze verzamelen zich om overal waar maar zaden te vinden zijn, te fourageren.
In de herfst en winter kunnen grote troepen stilletjes en ongezien
aan het fourageren zijn, totdat ze verstoord worden, dan vliegen ze
op en schieten op- en neergolvend weg, waarna ze op een veilige afstand
op de grond of in een heg landen.
Trek
Gehele
jaar te zien en vooral talrijk van april tot september. Sommige trekken
in de winter naar zuiden en westen.
Aantallen
In West-Europa sterk achteruitgegaan door veranderingen in
de landbouw. Op heidevelden en duinen zijn ze nog steeds algemeen.