Duinpiepers
zijn op de grond levende vogels van warme en droge, ongecultiveerde
open gronden. Tijdens trek op droge velden, weiden en hooggebergte
(Zuid-Europa).
Kenmerken
Wipt
kwikstaartachtig met staart. Golvende zangvlucht met diepe bogen,
op laatste punt van elke boog een strofe zingend. Zingt ook vaak vanaf
posten. Het voedsel bestaat vooral uit insecten.
Trek
Te
zien vanaf april-mei tot augustus-oktober. Het zijn trekvogels, die
overwinteren in de Sahel (de savanne ten zuiden van de Sahara).
Aantallen
Sterke
afname en de zeer geringe verspreiding van de broedpopulatie (ca.
50paren in Nederland, nog minder in Belgë) , die bovendien gebonden
is aan kwetsbaar biotoop. De enige manier, om de duinpieper als broedvogel te behouden is bescherming en waar mogelijk uitbreiding van droge,
open gebieden met overgangen van stuivend naar vastgelegd zand, en
de daarbij behorende kenmerkende vegetatie met soorten als buntgras,
zandzegge en ruig haarmos. Geschikte broedterreinen hebben een omvang
van minstens vier hectare. Stormschade en kap van productiebossen
kan, met name nabij de laatste broedplaatsen, een mogelijkheid zijn
om meer geschikte leefomgeving te creëren. Voorts dient verstoring
van de vogels in de broedtijd voorkomen te worden. Dat geldt ook voor
broedvogels op militaire terreinen, waarbij vogelwerkgroepen defensie
kunnen attenderen op het voorkomen van de soort.