Rijk
begroeide duinen, vochtige heide, drogere delen van moerassen. Nestelt
op grond of vlak daarboven.
Kenmerken
Leeft
erg verborgen bestaan maar verraadt zijn aanwezigheid door kenmerkende
zang. Kan wel eens nieuwsgierig langs plantenstengels omhoogklauteren.
Monotone zang heeft hoge frequentie, herinnert aan het geluid van
sprinkhanen en wordt urenlang, meestal vanuit lage struik, te horen
gebracht. Lijkt erg op geluid van de Snor, maar dan iets hoger. Is
ook minder aan water gebonden dan Snor. Roep is een hard, wat explosief
'tsib'. In de nazomer soms een zachte, melodieuze, Europese Kanarie-achtig
gezang. Eet insecten.