Broedt in struikgewas in open terrein, op overgroeide open
plekken in loofbos, en in struiken op rivieroevers. Niet aangetrokken door
riet of zeer nat terrein.
Kenmerken
Gedrag als van Bosrietzanger. Lijkt op Kleine Karekiet
en op Bosrietzanger, maar is vooral te herkennen aan zang (vanop
struik of laag in boom) en habitat.
Trek
Zomergast (eind mei-augustus). Overwintert in Zuid- en Zuid-Oost
Azië.
Aantallen
Breidt broedareaal westwaarts uit. Dwaalgast in Nederland
met drie gevallen tot en met 1998, vooral in juni-juli. Ook broedend.