Kleine ZwaanCygnus bewickii

Kleine Zwaan (Cygnus bewickii)
foto: Gerard Mornie
Grootte
lengte: 115 - 127 cm
lichaam: 60 cm
spanwijdte: 170 - 195 cm
Biotoop
Deze fraaie zwanensoort uit arctisch Siberië is in Nederland in de wintermaanden geregeld op het IJsselmeer te zien, dat met de Ierse Zee en Slimbridge, in het Engelse Gloucestershire, tot de belangrijkste overwinteringsgebieden van de Kleine Zwaan kan worden gerekend.
Voortplanting
Het op een eilandje gebouwde nest bestaat uit een grote hoop mos en andere planten, met in het midden een kuiltje voor de 3 à 5 eieren. Soms nestelen diverse paren vlak bij elkaar.
Voedsel
Net als de andere zwanen voedt de Kleine Zwaan zich met de begroeiing onder water.
Gedrag
De V-vormige vliegformaties kunnen soms uit honderden individuen bestaan. Met zijn kortere hals ziet de Kleine Zwaan er in de vlucht gansachtiger uit dan de Wilde Zwaan. Wanneer ze overvliegen is een hoog gesnater en gebabbel - minder trompetachtig dan van de Wilde Zwaan - te horen.
Kenmerken

De Kleine Zwaan is aanzienlijk kleiner dan Wilde Zwaan en Knobbelzwaan. Zijn hals is korter en kop is ronder dan die van de Wilde Zwaan, waardoor hij een wat 'gansachtig' uiterlijk meekrijgt. De bek iets minder geel dan bij de Wilde Zwaan. Van dichtbij gezien valt nog een verschil op: de gele vlek op de snavel van de Kleine Zwaan is gewoonlijk kleiner en ronder dan die van de Wilde Zwaan. Bij elk exemplaar van de Kleine Zwaan is het geel-met-zwarte kleurpatroon van de snavel anders, zodat ze hieraan individueel te herkennen zijn. Ornithologen zijn dus in staat zich jaar najaar een beeld te vormen van het leven van een bepaald individu. De jonge vogels zijn grijsbruin. De geslachten zijn gelijk.

Trek
Trekt in dezelfde periode als de Wilde Zwaan via de Oostzee naar West-Europa.
Aantallen
In Nederland overwinterend tussen oktober-april (3000 tot 9000 exemplaren). Meestal zie je ze ieder jaar op dezelfde graslanden.