Broedt in kolonies op Noord-Atlantische eilanden en rotskusten.
Middelgrote pijlstormvogel met uniform roetzwarte (in fel licht bruiner
uitziende) bovenzijde en witte onderzijde (incl. witte onderstaartdekveren).
Donkere kopkap reikt to onder het oog en tot op oorstreek; zijhals donker
tot op zijborst. Typische pijlstormvogelvlucht, bij rustig weer laag over
water scherend met reeks snelle, ondiepe slagen met stijve, rechte vleugels,
gevolgd door lange glijvluchten met iets omlaaggebogen vleugels. Bij harde
wind bijna alleen glijvluchten.
Kenmerken
Bezoekt nesthol 's nachts. Volgt gewoonlijk geen schepen.
Trek
Standvogel, zwerft buiten broedgebied op oceaan en noordelijke
zeeën.
Aantallen
Talrijk op Britse eilanden, in Nederland en België meest
bij westenwind langs zeekust te zien in juni-oktober.