Klein en compact, met grote kop, krachtige snavel,
rond lichaam en lange, stijve, vaak omhooggehouden staart. Mannetje
grotendeels diep kastanjebruin, kruin (tot beneden oog) en achterhals
zwart, 'wangen', kin en onderstaartdekveren wit. Snavel lichtblauw.
In winter snavel grijs en lichaam dof bruin, maar houdt witte 'wangen'.
Trek
Amerikaanse soort, ingevoerd in Engeland en zich in
West-Europa uitbreidend. Hybridiseert in Spanje met Witkopeendpopulatie
(waardoor zuivere Witkopeendpopulatie in voortbestaan wordt bedreigd).
Aantallen
Variabel, vaak ontsnapte exemplaren uit gevangenschap.