Broedt in venen en moerassen in bergland, toendra en
fjells; ook in kusthabitats. Tijdens trek vaak langs oevers van poelen,
moerassen en rivieren; meestal alleen of in kleine groepjes.
Kenmerken
Grootte als Kleine Strandloper, maar lichaam iets langgerekter
(staart steekt iets voorbij de vleugelpunten). met kortere poten en
fijnere, licht omlaaggebogen snavel. Onopvallend, in tegenstelling
tot Kleine Strandloper zich meestal niet ophoudend op open moddervlakten
maar meer tussen dichte oevervegetatie, en fourageerbewegingen 'kruipend',
op doorgebogen poten en lage pikfrequentie. In tegenstelling tot Kleine
Strandloper hoog opvliegend in grillige vlucht, onder voortdurend
uiten van kenmerkende, hoge trillende roep.
Trek
Bij ons vooral te zien in mei en augustus.
Aantallen
Zeldzame, maar regelmatige gast van de Lage Landen.