Broedt op toendra in uiterste noorden van Europa, in
vochtige gebieden in wilgenzone en open, laag berkenbos met grazige
open plekken.
Kenmerken
Lijkt kwa formaat en vorm op Graspieper en komt tijdens
trek (en broedt soms ook) in zelfde habitat. Normaliter zijn alleen
onvolwassen vogels in najaar moeilijk te herkennen. In alle kleden
bovenzijde (inclusief rug en stuit) met zwarte strepen, op bruine
grondkleur en enkele roodbruine en witachtige veerranden. Adult makkelijk
te herkennen aan steenrode keel. Steenrode kleur blijft in najaar.
Trek
Zomergast; overwintert in Afrika en plaatselijk in
Midden-Oosten.
Aantallen
Vrij zeldzame doortrekker in Nederland (meest april-mei
en september-oktober, met name in oosthelft).