HavikAccipiter gentilis

- Grootte
- L 48-61cm - SW 98-117cm.
- Biotoop
- Uitgesproken bosbewoner; bij voorkeur in niet te dicht naaldhout. Ook in buitenwijken van steden met veel geboomte.
- Kenmerken
Opvallend verschil tussen het vrouwtje (zo groot als een Buizerd) en het mannetje (ongeveer een derde kleiner). Geslachten verschillend gekleurd: bovenzijde bij mannetje grijsbruin, bij vrouwtje leigrijs, onderdelen bij volwassen vogels gebandeerd, bij jonge vogels met donkerbruine druppeltekening.
Het vliegbeeld wordt gekenmerkt door de relatief korte, afgeronde vleugels en lange staart, die bijna nooit gespreid wordt gehouden. Vleugelslag sneller dan die van de Buizerd (doch langzamer en krachtiger dan Sperwer). Na 4-5 vleugelslagen een korte glijpauze. Cirkelt wat meer onvast en op geringere hoogte dan Sperwer. Cirkelt bij goede thermiek echter ook hoog, zonder vleugelslagen; dan is verwarring mogelijk met de Slechtvalk. In het begin van de broedtijd vliegt het paar hoog in de lucht en laat vervolgens een bliksemsnelle duikvlucht zien, gevolgd door een bijna loodrecht opstijgen met aangelegde vleugels.- Jacht
Meestal in bos jagend, snel en krachtig. Jachtvlucht in open landschap vlak boven de grond. Soms zelfs als Velduil vliegend, met stijve langzame vleugelslagen, vooral bij balts, maar ook tijdens jacht. Zeer veelzijdige voeding van grote hoenderachtigen of hazen tot goudhaantjes en muizen. Het grotere vrouwtje bemachtigt meer grote zoogdieren en vogels, het kleinere mannetje is een echte vogeljager (duiven, gaaien en lijsters). Tijdens de jacht bereikt de Havik in zeer korte tijd de hoogste snelheden. De prooi wordt meestal tijdens het eerste moment van verrassing overrompeld en geslagen.
- Nest
- De horst bevindt zich in de kruin van hoge bomen aan de bosrand of bij open plekken. Elk paar beschikt over verscheidene horsten, waartussen het van jaar tot jaar wisselt. Broedtijd tussen eind maart en eind april. Grootte van het nest varieert van 2 tot 5 eieren; broedduur 35-40 dagen; nestperiode jongen 36-40 dagen. Alleen het vrouwtje broedt; het mannetje brengt voedsel.
- Trek
- Gehele jaar te zien.
- Aantallen
- In het verleden zeer ernstig bedreigd vooral door pesticiden. Maar ook, en nog steeds, rechtstreeks door de mens. Nou ja, sommige mensen. Jongen van haviken verlaten Oost-Nederland omdat daar nog weinig houtduiven zijn om te eten. Die duiven zijn in aantal gedaald, nu veel boeren van graan op maïs zijn overgestapt. De ongeveer 2000 haviksparen eten graag hapjes van 100 › 400 gram en pakken daar wegens de voedselschaarste nu meer sperwers, valken en buizerds. Hun eetlust is zo groot dat het aantal boomvalken binnen tien jaar fel is gedaald. In bossen waar haviken leven, komen nog amper boomvalken voor. (tekst: IVN)