Broedt in rietvelden met tamelijk diep water, met voorkeur
voor natuurlijke rietvelden met biezen, open stukken en kanalen.
Kenmerken
Klein. Verschilt van Kleinst Waterhoen door lange
handpenprojectie, vrij lange staart, bij adult wat rood aan snavelbasis,
nauwelijks of geen witte tekening op bovenzijde, of, bij jonge vogels, enkele
witte strepen of vlekken (geen ringen en krullen), met weinig bandering
op achterlijf. Geslachten verschillen. In het voorjaar wordt aanwezigheid
bijna alleen door luide roep opgemerkt.
Trek
Zomergast. Voornamelijk Oost-Europese soort; in Duitsland
zeldzaam.
Aantallen
In Nederland dwaalgast (eind april-begin oktober), slechts
één bewezen broedgeval.