lengte: 6 - 8 cm
spanwijdte: 35 - 43 cm
gewicht: 28 - 40 g
Frequenties
30 à 70 kHz
Biotoop
Vooral bij gebouwen, zolders en schuren. Voor de winterslaap
worden grotten en groeven opgezocht. Kalksteengroeven, droge zolders en
oude spoorwegtunnels kunnen als kraamkamer dienen.
Voedsel
Insecten die in vlucht gevangen worden. Deze grootste Europese
vleermuis is direct te herkennen aan zijn langzame, zwoegende vlucht.
Voortplanting
In de grote kraamkolonies werpen de wijfjes in mei-juni hun
jong (soms een tweeling), dat na twee maanden zelfstandig is. De mannetjes
leven in die tijd solitair, maar aan het einde van de zomer vormen zich
weer grote, gemengde kolonies.
Gedrag
De vale vleermuis vertoont trekbewegingen; soms legt hij
tussen zomer- en winterkwartier afstanden van 200 km of meer af. Zijn winterslaap
houdt hij meestal alleen; soms is hij bezaaid met condensdruppeltjes.
Kenmerken
Naakt, roze gezicht en grote, brede oren. De bovenzijde van
het dier is roodachtig bruin, de onderzijde vuilwit. Er is een scherpe scheidingslijn
tussen boven- en onderzijde.
Aantallen
In Nederland bereikt hij zijn noordgrens, maar in onze streken
wordt hij vrijwel nooit meer waargenomen en in het gehele verspreidingsgebied
is hij trouwens zeer sterk in aantal achteruitgegaan. De hoofdoorzaak hiervan
is de bestrijding van insecten door boeren en bosbouwers, waardoor de vleermuizen
van hun prooi worden beroofd. Daarnaast spelen vermoedelijk ook het bespuiten
van zolders tegen houtworm en het ontoegankelijk maken van mogelijke zomerkwartieren
in hoge gebouwen een belangrijke rol.