GrootoorvleermuisPlecotus auritus

- Data
- lengte: 4,2 - 5,3 cm
spanwijdte: 24 - 28,5 cm
gewicht: 4,6 - 11,3 g - Frequenties
- 12 à 80 kHz. Hij is erg stil ! De bat-detector vangt het geluid pas op binnen een afstand van drie meter. Dit heet 'fluistersonar'. Bij het opsporen van een prooi wordt soms ook 'knalsonar' gebruikt (iets luider dus). Het geluid wordt via de neus uitgestoten.
- Biotoop
- De grootoorvleermuis is een echte bosbewoner, die overdag gewoonlijk in boomholten verblijft, maar zijn kraamkamer dikwijls op zolders heeft. Ook in parken, tuinen, bossen en bosranden.
- Voedsel
- Door zijn bijzondere lichaamsbouw maakt deze soort op een heel andere manier gebruik van zijn jachtterrein dan andere soorten. Opvallend zijn de zeer grote oren, die bijna even lang als het lichaam zijn, waarmee hij niet alleen sonargeluid opvangt, maar ook het geluid dat prooien zelf produceren als ze rondkruipen. De Grootoorvleermuis hangt tijdens de jacht soms als een Torenvalk biddend in de lucht en 'scant' het gebladerte, schors en bodem. De vrij grote ogen laten waarschijnlijk ook zichtjacht toe bij volle maan.
- Voortplanting
- De wijfjes brengen de zomer door in kleine kolonies van 5-20 dieren, vaak op zolders. Ze werpen in juni-juli één jong, dat na enkele weken kan vliegen.
- Gedrag
- De mannetjes leven solitair. Hij houdt ook zijn winterslaap vaak alleen en soms in het zomerkwartier, wat voor een vleermuis ongebruikelijk is. Meestal zoeken ze echter een ander winterverblijf op, zoals zolders, kelders, mergelgroeven en grotten.
- Kenmerken
Middelgrote soort maar met bijzonder grote oren (de grootste oren van alle Europese vleermuizen). Kraakbeenribben helpen ze rechtop te houden. Slapende exemplaren vouwen hun oren naar achteren onder de vlieghuid om vocht- en warmteverlies tegen te gaan. Enkel de speervormige oorklep (tragus) steekt dan naar voren. De neusgaten zijn groot en naar voren gericht. De pels is geel tot grijsachtig bruin en aan de buikzijde lichter dan aan de rugzijde. Door de bouw van zijn brede vleugels is de gewone grootoorvleermuis in staat in kleine ruimten uitstekend te manoeuvreren.
- Aantallen
- Plaatselijk algemeen, doch niet talrijk. Achteruitgegaan de laatste tientallen jaren (zoals de meeste soorten).