lengte: 4,8 - 6,8 cm
spanwijdte: 26 - 32 cm
gewicht: 11 - 20 gr
Frequenties
20 à 45 kHz. Best te horen op 30 kHz.
Biotoop
De bosvleermuis is veel meer dan de rosse vleermuis gebonden
aan uitgestrekte bosgebieden en hoge, oude bomen met holten. 's Zomers gebruikt
hij deze als slaapplaats en kraamkamer en 's winters als winterkwartier.
Ze jagen boven open plaatsen in een bos, rond lantarenpalen of boven water.
Voedsel
Bosvleermuizen vliegen - net zoals de rosse vleermuis - betrekkelijk
hoog en gaan vaak al 10 minuten voor zonsondergang op jacht.
Voortplanting
De kraamkolonies bestaan uit 20 à 50 dieren. De wijfjes
brengen er jaarlijks in juni-juli één jong voort. De mannetjes
vormen in de zomer eigen groepjes, apart van de wijfjes en jongen.
Gedrag
Hun winterslaap houden rosse vleermuizen van oktober tot
eind maart. Het gebeurt dat sommige dieren tot 800 km wegtrekken naar warmere
oorden.
Kenmerken
De bosvleermuis heeft veel weg van de rosse vleermuis. Hij
onderscheidt zich alleen door zijn kleiner formaat en doordat de haren van
zijn glanzend bruine vacht aan de punt lichter zijn dan aan de wortel. Evenals
de rosse vleermuis heeft de bosvleermuis een korte, zeer brede snuit en
in het oor een halfronde, paddestoelvormige tragus.
Aantallen
De bosvleermuis is een Midden en Zuid-Europese soort, die
in België is aangetroffen en in 1981 voor het eerst ook in Nederland.
Er is één kolonie gekend in het Nederlandse St. Jansberg (bij
Mook). Jagende dieren worden regelmatig waargenomen in het Zoniënwoud.
De bosvleermuis heeft weinig natuurlijke vijanden; sommige dieren bereiken
een leeftijd van meer dan tien jaar.