BosspitsmuisSorex araneus

Bosspitsmuis (Sorex araneus)
foto: Rollin Verlinde
Data
lengte: 55 - 80 mm
staartlengte: 60 - 65 mm
gewicht: 5 - 14 g
Biotoop
Bossen, weiden, akkers, moerassen en tuinen.
Voedsel
De bosspitsmuis is dag en nacht actief. Piepend en mopperend is hij constant op pad; overal steekt hij zijn lange snuit in, op zoek naar pissebedden, regenwormen, spinnen, slakken en ander klein gedierte. Zo om de twee uur is er een korte rustpauze, maar hij verbruikt door zijn druk leventje zoveel energie, dat hij na drie uur zonder voedsel al van honger sterft. De bosspitsmuis foerageert in de bodem of tussen het bladafval in smalle gangen die hij zelf graaft of die door andere kleine knaagdieren zijn gemaakt. Dagelijks verorbert hij bijna zijn eigen gewicht aan voedsel.
Voortplanting
De paring gaat door tijdens de late lente tot in de zomer. Na een draagtijd van 19 à 21 dagen werpt het wijfje jaarlijks 3 tot vier keer een nest van elk 4 à 9 jongen. Na een maand zijn deze onafhankelijk. Soms heeft het wijfje een pluk witte haren in de nek, doordat het mannetje bij de paring de haarwortels heeft beschadigd toen hij haar vasthield.
Gedrag
De bosspitsmuis leeft driekwart van zijn leven ondergronds en heeft dan ook slechte ogen. Hij verlaat zich vooral op zijn reuk- en tastzin. Een bosspitsmuis duldt geen soortgenoten in zijn territorium, behalve voor een korte periode in de paartijd. Wanneer twee bosspitsmuizen elkaar ontmoeten, piepen ze schril en agressief tegen elkaar. Het is op enige afstand te horen en vaak het enige teken van hun aanwezigheid.
Kenmerken
De bosspitsmuis is kleiner dan een huismuis. Hij heeft een lange, spitse snuit, kleine ogen en kleine, ronde oren die vrijwel in de pels verborgen liggen. De zomervacht, die in de lente de wintervacht vervangt, is het eerst op de kop te zien. Tijdens de verharing in de herfst verschijnt de lange, donkere wintervacht het eerst op het achterlijf.
Aantallen
Bosspitsmuizen zijn de talrijkste spitsmuizen in ons gebied. Ze worden ongeveer een jaar oud - slechts enkele leven langer. Vele vallen ten prooi aan uilen. Andere rovers worden afgeschrikt door de vies smakende klieren in de huid van spitsmuizen, waaraan ze ook hun typische, speciale geur ontlenen. Katten doden spitsmuizen wel, maar eten hen zelden op.