MoeflonOvis ammon

Moeflon (Ovis ammon)
foto: Rollin Verlinde
Data
lengte: 110 - 130 cm
schouderhoogte: 65 - 75 cm
gewicht: 25 - 50 kg
Biotoop
Als gras- en kruideneter is de moeflon gesteld op open, bergachtige landschappen en lichte bossen met open plekken.
Voedsel
Moeflons grazen overdag en in de schemering. Ze knabbelen graag aan de schors van sommige bomen en laten dan een typisch vraatspoor achter.
Voortplanting
De bronsttijd valt in oktober-december. De bronstige ooi wordt door de ram uit de groep gedreven en meestal achter een paar struiken gedekt. Na een draagtijd van vijf maanden worden de lammeren in februari-juni geboren, maar meestal in het vroege voorjaar. Een worp bestaat gewoonlijk uit één lam, bij uitzondering komt er een tweeling ter wereld. Het lam kan al snel na de geboorte zijn moeder volgen. Ze blijven meestal twee jaar bij de moeder en lopen dus ook nog bij haar als ze een nieuw lam heeft.
Gedrag
Moeflons leven in kleine roedels of 'sprongen', die in de bronsttijd gemengd zijn. Het zijn dus wijfjesroedels onder leiding van een ooi, die worden begeleid door enkele rammen. Buiten de bronsttijd leven de rammen gescheiden van de ooien.
Kenmerken
De moeflon - ook muffeldier genoemd - is het kleinste wilde schaap dat op aarde voorkomt. Anders dan het huisschaap bezit de moeflon een gladde vacht, die bij de rammen, afhankelijk van het jaargetijde, van vosrood tot zwartbruin varieert. Soortgelijke kleurveranderingen treden ook bij de ooien op. De rammen hebben echter ook nog een wittige zadelvlek. Aan de grootte van de hoorns is de leeftijd van de ram ongeveer af te lezen. Vrouwelijke moeflons bezitten meestal geen hoorns, maar rammen ontwikkélen in de loop van de tijd zware hoorns, die na tien jaar een volledige cirkel vormen. Wat betreft de vorm van de hoorns zijn drie typen te onderscheiden: trapezevormige, vierhoekige en omgekeerde trapezen.
Aantallen
De moeflon is de stamvader van het tamme huisschaap, zij het niet de Europese moeflon maar de Aziatische, de in Iran thuishorende Elboers-moeflon (Ovis ammon orientalis). In de ijstijd stierf de soort in West- en Midden Europa uit, maar in het begin van deze eeuw werden van Corsica en Sardinië afkomstige dieren hier met succes uitgezet.