SieselCitellus citellus

Siesel (Citellus citellus)
foto: Rollin Verlinde
Data
lengte: 180 - 230 mm
staartlengte: 40 - 70 mm
gewicht: 190 - 430 g
Biotoop
Siesels zijn echte steppebewoners, die niet westelijker voorkomen dan in het oosten van Oostenrijk.
Voedsel
Siesels zijn leven uitsluitend vegetarisch: zaden, grassen, kruiden, bloemen en wortels. Bij het eten zit hij op zijn achterpoten; ook bij jonge dieren is dit te zien.
Voortplanting
Direct na het ontwaken uit hun winterslaap breekt in maart de paartijd aan. Na een draagtijd van 25 dagen brengt het wijfje jaarlijks 3 à 8 jongen voort. In het begin zijn ze nog blind en volkomen naakt. Ze worden zes weken lang gezoogd en blijven dan nog enkele weken bij de moeder, alvorens een eigen hol in het gebied van de kolonie te betrekken. Ze zijn het volgende jaar al geslachtsrijp.
Gedrag
Net als alpenmarmotten bewonen siesels solitair ondergrondse, tot anderhalve meter diepe holen. Deze liggen dicht bijeen, waardoor ze een kolonie vormen. Deze twee eekhoornachtigen vertonen overigens nog meer overeenkomsten: het zijn echte dagdieren, ze zitten verticaal op de achterpoten op de uitkijk, ze alarmeren elkaar met een schel gefluit en ze houden een lange winterslaap van september tot maart.
Kenmerken
Siesels hebben grote, donkere ogen, korte oren en een korte, dichtbehaarde staart. Ze zijn van boven geelgrijs en onderaan witachtig.
Aantallen
De siesel komt in West-Europa niet en in Midden-Europa alleen hier en daar in het oosten van Oostenrijk en in Tsjechoslowakije voor. Naar het oosten toe worden ze talrijker.