DwergspitsmuisSorex minutus

Dwergspitsmuis (Sorex minutus)
foto: Rollin Verlinde
Data
lengte: 40 - 60 mm
staartlengte: 30 - 45 mm
gewicht: 3 - 7 g
Biotoop
De dwergspitsmuis is een kleine, maar sterke soort, die zelfs in koude, hooggelegen hoogveengebieden gedijt. Dwergspitsmuizen bewonen dikwijls dezelfde gebieden als bosspitsmuizen. Een conflict met deze agressievere verwant vermijden ze echter zorgvuldig.
Voedsel
De spitsmuis verhongert als hij langer dan twee uur niet eet. Dagelijks eet hij zijn eigen gewicht (ca. 5 gram) aan voedsel. Onvermoeibaar, zonder langer te pauzeren dan hooguit enkele minuten, onderzoekt de muis zijn territorium van ca. 1250 vierkante meter. Hij scharrelt door en diepe gangen die andere dieren in de bodem, de bladerlaag of de begroeiing hebben gemaakt en verorbert gretig kleine bodemdiertjes, zoals spinnen, kevertjes en insectenlarven.
Voortplanting
De werptijd duurt van april tot augustus. De 4 à 7 jongen komen in een ondergronds nest ter wereld. Het wijfje brengt in de zomer enkele worpen groot. De jongen groeien snel en verlaten het nest na een week of drie. Die van de vroege zomer en het voorjaar planten zich hetzelfde jaar nog voort. Veel spitsmuizen sterven echter binnen enkele maanden na de geboorte en de dieren die in leven blijven en zich het volgende jaar vermeerderen, overleven geen tweede winter.
Kenmerken
De dwergspitsmuis is het kleinste zoogdier ten noorden van de Alpen en nauwelijks groter dan een vliegend hert. Wat formaat betreft heeft hij zo ongeveer de grens bereikt voor een warmbloedig dier - als hij nog kleiner was, zou zijn lichaamsoppervlak te groot zijn ten opzichte van zijn massa en zo snel warmte uitstralen dat hij zijn lichaamstemperatuur niet meer zou kunnen handhaven. Vergeleken met andere spitsmuizen heeft hij een dikke, gewelfde kop en een korte, smalle snuit. De dwergspitsmuis is aan de bovenzijde vrijwel effen bruin, aan de onderzijde lichtgrijs, zonder scherpe scheidingslijn. De dikke staart is meer dan halt zolang als het lichaam.
Aantallen
Verraden door zijn geritsel wordt de dwergspitsmuis vaak het slachtoffer van een kerkuil; deze rover geeft niets om zijn vieze smaak.