Zondag Ligdag
zondag 23 februari 2003 | Natuur
Bijna twee weken lang heeft de zon zich kunnen uitleven in een helderblauwe winterhemel. Vandaag was de laatste dag in deze reeks koude, maar schitterende dagen. De hoeveelheid en de kracht van het licht is drastisch toegenomen, en dat bezorgt mens en dier de eerste lentekriebels. Op die paar weken tijd zijn de dagen ook een stuk langer geworden. Begin februari werd ik nog elke avond op de autostrade getrakteerd op een schitterende zonsondergang, maar nu ben ik die meer dan een half uur voor.
De laatste uurtjes zon dit weekend heb ik op een manier doorgebracht die ik beslist vaker ga toepassen op mijn weekendse natuurtripjes. Met wat extra fotootjes in het achterhoofd van koolmees en roodborst, reed ik nog eens naar de omgeving rond de Christiana-bron. Dat is ongetwijfeld een van mijn lievelingsplekjes in Gavere. Langs het scheldepad ligt een klein verwaarloosd lapje grond waar altijd wat mais op gezaaid wordt voor de dieren in de winter. Daar slenterde ik wat rond op zoek naar vroege pioniersplantjes, net zoals vorig jaar rond dezelfde periode. Maar aan de gracht aan de achterkant overviel me de rust van de scheldevallei en de plotse warmte van de zon die door mijn trui drong. Aangezien het al in dagen niet meer geregend had, was de grond nagenoeg droog en heb ik me aan de voet van een jonge esdoorn een tweetal uurtjes neergevleid. Dat was geweldig.
Hoog bezoek – letterlijk dan – kreeg ik in die tijd van 9 lokale buizerds, waaronder één witte, een groene specht, een bonte specht, en heel wat luidruchtige zilvermeeuwen. Ik graag maar niet gewend aan het geluid van meeuwen in het binnenland. Veel mensen denken onmiddellijk aan de zee, als ze aan meeuwen denken, maar de laatste decennia komen er in het binnenland minstens even veel voor als je’t mij vraagt. Verder: koppeltje rietgors en op de schuine, zonnige weide een grote groep kramsvogels, koperwieken en lijsters. Vorig jaar zaten daar toen een tiental watersnippen, maar daar was het nu veel te droog voor.
