Winterstilte
vrijdag 31 januari 2003 | Kultuur
De grond is wit, de nevel wit,
De wolken, waar nog sneeuw in zit,
Zijn wit, dat zacht vergrijzelt.
Het fijngetakt geboomte zit
Met witte rijp beijzeld.
De wind houdt zich behoedzaam stil,
Dat niet het minste takgetril
‘t Kristallen kunstwerk breke,
De klank zelfs van mijn schreden wil
Zich in de sneeuw versteken.
De grond is wit, de nevel wit,
Wat zwijgend toverland is dit?
Wat hemel loop ik onder?
Ik vouw de handen en aanbid
Dit grootse, stille wonder.
Jacqueline van der Waals (1868-1922)

Mich op 31 januari 2003
Een koude kijk, door een wat and’re bril,
Op het witte paradijs en kil geril.
Evenzeer kan ik mij in die vredigheid vergewissen
Van de snijdende zuchten, scherpzinnig schril,
En dan denk ook ik: nooit wil ik dit missen.