The Man Who Wasn't There (2001)
donderdag 13 november 2003 | 3 sterren
Deze film bewijst dat de gebroeders Coen toch niet helemaal hebben afgedaan na hun debacle met The Big Lebowsky (1998). Ik zie zonet trouwens op IMDB dat ook O Brother, Where Art Thou? (2000) van hun hand is, en dat was toch ook een heel onderhoudende film, vond ik. Goed, goed, genade!
The Man Who Wasn’t There is een bevreemdende maar zeer stijlvolle film. Er hangt ten alle tijde een donkerbruine fifties-look over de scènes, een droefgeestige kleur die meteen het apathisch vermogen van de hoofdrolspeler perfect weerspiegelt.
Een introverte, niet bijster snuggere en zwijgzame kapper probeert zijn bruine bestaan een nieuwe wending te geven door te investeren bij een zakenman. Zijn geld verkrijgt hij echter op een heel achterbakse manier door – anoniem – de minnaar van zijn vrouw af te persen. Vanaf dan gaat het regelrecht bergafwaarts met onze barbier. Het verhaal eindigt tenslotte met zijn schroeiende lijf op de elektrische stoel, nadat zijn leven en dat van alle mensen rond hem compleet is vernietigd. Cynisme ten top, en zoals je weet, kan daar af en toe ook eens mee gelachen worden…
Enkele sobere pianosonates van Von Beethoven dienen als enige muzikale ondersteuning van het intrieste verhaal. Ik hou ervan als regisseurs het warm water niet steeds opnieuw proberen uitvinden en de grote schatten uit het verleden erkennen én gebruiken. Maar misschien hou ik ook gewoon te veel van deze muziek. Manipulatie! ;-)
