Ondoordringbaar niemandsland?
maandag 4 april 2005 | Muziek
Een nogal zwaarmoedige André Posman, Voorzitter VZW De Verenigde Cultuurfabrieken (De Rode Pomp, Gent), in zijn editoriaal van maart 2005.
“Zoals wij ondertussen te velde hebben vastgesteld, is er de laatste 20, 30 jaar een gapende kloof gekomen tussen ten eerste de consumenten van de makkelijke extraverte geïndustrialiseerde popmuziek in al zijn honderden genres, en ten tweede de consumenten van moeilijker, meer op introvertie gerichte klassieke muziek, oud, romantisch, twintigste-eeuws, nieuw. Het is eigenlijk zelfs geen ‘kloof’ meer, maar eerder een uitgestrekt ondoordringbaar niemandsland waar weinigen nog doorheen raken en waar je zeker niet meer overheen kunt kijken. Groot probleem, waar wij het niet willen over hebben, omdat het zo triestig is. Er dient iets te gebeuren. Wat dient te gebeuren?”
“Nu, de consument van het tweede heeft doorgaans geen probleem om te genieten van het eerste. Het bevredigt hem echter niet, en hij zal steeds terugkeren naar het tweede, omdat het hem dieper raakt. De consument echter van het eerste, voornamelijk wat de jongste garde betreft, die nu zijn b.v. studies heeft aangevat aan de universiteit of aan de hogeschool, waagt de tocht niet meer door dat niemandsland. Hij blijft rustig aan zijn kant, en de toestand is nu zo ver dat voor hem die andere kant gewoon niet bestaat. Van dat soort lopen er steeds méér rond: klassieke muziek is een onbestaande existentiële regio. Vreemde en beangstigende zaak, want dicht ook komt de tijd dat die mannen het muziekleven totaal gaan managen…”
Beetje zwart-wit wellicht, maar beslist geen volslagen onzin.

Maarten op 11 april 2005
Die gapende kloof bestaat altijd al. Vroeger noemden we dat anders – high and low culture, bijvoorbeeld.